Mijn maidenspeech

Voor de eerste keer in de gemeenteraadsvergadering spreken is iets bijzonders: de maiden speech. Na ruim een half jaar ‘wachten’, was het vlak voor het kerstreces mijn beurt. Sommigen vroegen aan mij waarom ik toen pas het woord voerde. Dit komt omdat veel onderwerpen niet besproken worden in de raadsvergadering: je stelt vragen in één van de commissievergaderingen, je brengt iets onder de aandacht bij ambtenaren of via de (social) media. Toch is de raadsvergadering – hoe ouderwets sommigen het ook mogen vinden – hét podium voor raadsleden. Vooral omdat wij hier van ons stemrecht gebruik (kunnen) maken.

Ook in de Utrechtse gemeenteraad komen er verschillende gebruiken om de hoek kijken wanneer een raadslid een maidenspeech houdt. Zo wordt verwacht dat je uiteenzet waar je voor staat, wat je belangrijk vindt en wat je wilt bereiken in je raadsperiode. Tegelijkertijd ligt er een specifiek raadsvoorstel tijdens het agendapunt voor, waarvan verwacht wordt dat je erop reageert. Eén van de belangrijke gebruiken is dat er geen vragen door andere raadsleden tijdens je bijdrage mogen worden gesteld. Oftewel er mogen geen interrupties worden gedaan. En het leukste is dat je aan het einde van de raadsvergadering wordt toegesproken door de nestor (het gemeenteraadslid dat het langst zitting heeft).

Ik kijk met veel plezier terug op mijn maidenspeech op 18 december: het besluit tot voortzetting van het Ondernemersfonds is een politiek onderwerp waar de meningen over verdeeld zijn en bovendien sluit het onderwerp goed aan bij mijn eigen politieke agenda. Mijn maiden speech is terug te bekijken via deze link en vind je hieronder:

 

Maiden speech 18 december 2014

Maidenspeech uitgesproken op 18 december 2014 over het Ontwerpraadsvoorstel Voortzetting Ondernemersfonds Utrecht 2015-2019

“Een zielig snoertje kerstverlichting, Voorzitter! We kunnen met z’n allen afspreken dat het daarmee begonnen is… Zielig gespannen tussen twee winkels. En die ondernemers maar met de pet rond in de straat voor een prachtig gezamenlijk kunststuk. Maar het verhaal ging dat niet iedereen meebetaalde.. Kerstverlichting, voorzitter, lang heb ik gedacht om mijn maiden speech helemaal te wijden aan dit onderwerp. Hoeveel meter snoer kerstverlichting hebben we eigenlijk in Utrecht? Een mooie vraag voor het college (aan de wethouder kerstverlichting!). Wat levert het de stad aan inkomsten op dat de straten op deze donkere avonden gezellig verlicht zijn? Hoewel sommigen in de stad en wij in de raad er soms wat lacherig over deden de laatste weken, gaat het toch wel ergens over. En als we op de fiets vanavond naar huis rijden is het goed om hierbij stil te staan.

Ik ben raadslid, Voorzitter, omdat ik een mooi Utrecht wens voor huidige en toekomstige generaties. Een fijne stad om te wonen, werken en te studeren. Ik ben raadslid om meer werk mogelijk te maken, en ondernemers de ruimte te bieden om te ondernemen. Om initiatieven mogelijk te maken. Om een initiatief als het Ondernemersfonds, mogelijk te maken.

Het ondernemersfonds is opgericht door en voor ondernemers. En de ondernemers willen door! Want het geplaagde probleem van ‘free riders’ wordt opgelost (zij die wel profiteren van de kerstverlichting maar niet meebetalen), de samenwerking tussen ondernemers en andere partijen in de stad neemt toe en de stad als geheel wordt aantrekkelijker door het fonds. We hebben de afgelopen drie jaar mooie voorbeelden gezien van de bestedingen uit het fonds: de ondernemers op de Biltstraat die buurtbewoners vroegen wat voor invulling zij het liefste zagen van leegstaande panden en die zich nu voorbereiden op de komst van de Tour, de kerstmarkt en de activiteiten rondom Winter Utrecht vanuit het onder andere Centrum Management Utrecht, het parkmanagement op bedrijvenpark De Wetering-Haarrijn, en de activiteiten van stichting Utrecht Science Park. En een ontzettend mooie bijvangst is dat de ondernemers- en winkeliersverenigingen elkaar gevonden hebben; ze zijn zich nog beter gaan organiseren, werken samen, en hebben nu ook echt iets te verdelen. D66 is dan ook een groot voorstander van het fonds.

Voorzitter, voor mij is de rol van de gemeenteraad het bieden van ruimte aan dit soort initiatieven, het wegnemen van belemmeringen, het verbinden van inwoners en partijen in de stad, en het samen (!) doen. Initiatieven als het ondernemersfonds komen ‘van onderop’ – zo noemen wij dat voorzitter; alsof wij ‘van boven’ zouden zijn. Nee, het gaat om het faciliteren van goede ideeën en samen de handschoen oppakken.

Alle ozb-niet woningen betalers betalen wat extra en leggen zo bij aan het ondernemersfonds. En dus ook de gemeente! De gemeente is namelijk ook vastgoedeigenaar en draagt daarom vanaf het begin bij aan het fonds, en neemt deel in de trekkingsgerechtigde gebieden. Ondernemers vragen de gemeente om mee te blijven betalen. Als we Utrecht samen maken: zou het toch wel een vervelend kerstkado zijn om als gemeente niet meer bij te dragen in de trekkingsgebieden? Het is 18 december voorzitter, de vooravond van kerst, je zou toch op zijn minst moeten zorgen voor een gesprek hierover met ondernemers en een zachte landing?

Ook ik zie wel waar de schoen wringt. Want de positie van de gemeente is, ook al doe je het samen, toch een bijzondere. Ondernemers vragen van de gemeente om zich terughoudend op te stellen en geen politiek te bedrijven in de trekkingsgebieden. Deze vermenging van de publiek-rechtelijke en privaat-rechtelijke rol van de gemeente als vastgoedeigenaar ligt op de loer. Wat te doen? Er nu zomaar tussenuit, zoals een aantal fracties wil, en als gemeente niet meebetalen? Mijn fractie wil er niet zomaar tussenuit! Laten we daarom in de lijn van de gedachte van het fonds, dat door en voor ondernemers is, in gesprek gaan met die ondernemers: om samen te zoeken naar een oplossing. D66 onderstreept daarom het voorstel van het college, om met stichting Ondernemersfonds Utrecht en de ondernemers te spreken over de rolinvulling van de gemeente, en nog voor de VJN over de rolinvulling terug te komen bij de raad. En daarbij te zoeken naar een structurele dekking van het geld voor de gemeentelijke bijdrage vanaf 2016. Mogelijk komen we samen met ondernemers op goede ideeën: het geld zou naar stadsbrede initiatieven kunnen, inzet op citymarketing, co-financiering en daarmee zou de gemeentelijke bijdrage niet meer verlopen via de stichting Ondernemersfonds Utrecht in de trekkingsgerechtigde gebieden. Maar laten we dit nou samen doen vragen ondernemers ons, en niet, zoals sommige fracties willen, nu al besluiten om te stoppen met de gemeentelijke bijdrage.

Voorzitter, als raadslid wil je het goede doen. De valkuil is dat je op de stoel van het college, op die van de ambtenaar of op die van de ondernemer gaat zitten. Dat je teveel wilt dicteren, zelf wilt verzinnen. Natuurlijk vanuit goede bedoelingen. Terwijl af en toe niets doen ook een te verkiezen optie is. Dit brengt mij op het onderwerp onderbesteding in het ondernemersfonds. Want een aantal raadsleden hier in de zaal staan te trappelen om hier iets te regelen… Een aantal gebieden kent onderbesteding. Dat is volgens D66 ook niet heel gek als je beziet dat het fonds feitelijk pas ruim twee jaar in werking is. Daarbij waren nog niet alle gebieden goed georganiseerd en kwamen er in 2014 strengere aanbestedingsregels. Ook geven sommige ondernemers aan dat zij expres afwachten met grotere investeringen – zij sparen of wachten op de verlenging zodat een grotere tijdshorizon ontstaat. Aangezien het fonds door en voor ondernemers is; lijkt het D66 goed om het vraagstuk van onderbesteding bij ondernemers zelf te laten. We begrijpen andere fracties niet die hier op de stoel van de ondernemers willen zitten.

Voorzitter, als raadslid wil je helder zijn. Je houden aan je verkiezingsprogramma. This lady is not for turning. In de commissie hebben we aangegeven het collegevoorstel te steunen, door te gaan met het ondernemersfonds en door te gaan met de gemeentelijke bijdrage in 2015 en dat doen we nog steeds. D66 houdt vast aan de lijn om van Utrecht een toekomstbestendig Utrecht te maken, samen met inwoners en ondernemers in de stad. Oh, ja voorzitter: en met kerstverlichting.”